Blog

Misschien is niet alles wat economisch efficiënt is ook maatschappelijk effectief

Vier dagen alleen wandelen door Drenthe. Door bos, hei en wei, langs dorpjes en door een landschap waarin de leegte bijna tastbaar wordt. Juist die leegte zette me aan het denken over wat er in onze dorpen verdwijnt. Wat gebeurt er met een gemeenschap als niet alleen de winkels verdwijnen, maar ook de vele kleine verbindinkjes die samen het lokale ecosysteem vormen?

Misschien is niet alles wat economisch efficiënt is ook maatschappelijk effectief

Vier dagen lang liep ik door Drenthe tijdens mijn vakantie. En niet dat het in Limburg zo tjokvol is, maar de leegte en weidsheid in Drenthe, die is toch echt anders. Temidden van het grote niets, gevormd door bos, hei en wei, af en toe een dorpje. Nu nog druk vanwege de vele fietsers. Maar dadelijk, als de klok verzet is, ongetwijfeld stiller. Leger.

Na die wandelkilometers door Drenthe zie ik ook weer de koppen.

“Het kleine vakantiepark verdwijnt.”
“Het bruine café verdwijnt.”

Na de kleine retail – bakker, slager, groentewinkel, bloemist, fietsenzaak – zijn nu de horeca en de vakantieparken aan de beurt.

 

Al het kleine opgeslokt door het grote. En ineens zie ik een parallel met het landschap waar ik doorheen loop. Ons economische systeem is in veel opzichten ingericht zoals we nu ook de natuur zien ontwikkelen: weg met de diversiteit. Op enkele plekken is nog iets, maar verder kaalslag. Schaalvergroting, efficiency en rendement bepalen steeds meer wat bestaansrecht heeft. Met enkelen als grote winnaars. Supermarkten in de dorpen. Investeringsmaatschappijen in de vakantieparkenbranche. De invasieve exoten van de lokale gemeenschappen.

 

Verlies van een lokaal ecosysteem

Want het verdwijnen van lokale middenstand is niet alleen het verdwijnen van een reeks bedrijfjes. Het is het verlies van een lokaal ecosysteem. Van diverse werkgelegenheid dichtbij huis. Van vele menselijke interacties. Van ambachtswerk. Van kleine, korte inkoopketens. Van maatschappelijke steun. Want vraag de voetbalvereniging maar of die liever 40 sponsoren heeft van € 100,- of één supermarkt die € 2.500,- doet. Het zijn die vele kleine verbindinkjes die samen een gemeenschap vormen.

 

Bij overheden gaat het vaak over leefbaarheid in kleine kernen. Maar zoals zo vaak wordt daarbij in silo’s gedacht. Economie hier, sociale samenhang daar, voorzieningen weer ergens anders. Alsof economie en leefbaarheid los van elkaar staan?

 

Diversiteit betekent veerkracht

De waarde zit niet alleen in wat en hoeveel zo’n onderneming verkoopt. De waarde zit ook in alles wat eromheen gebeurt. Hoe meer kleine, sterke verbindinkjes er zijn in een gemeenschap, hoe krachtiger het netwerk. En hoe groter de diversiteit, hoe groter de veerkracht. Precies wat voor onze natuur ook geldt. Een monocultuur kan heel efficiënt zijn. Tot er iets verandert. Dan blijkt juist diversiteit een kracht. De leegte van de monocultuur van de Drentse weilanden begint zich te vertalen naar een lege monocultuur in de dorpen. Er zijn dorpen die weten daar oplossingen voor te vinden. Die richten een dorpscoöperatie op en kopen bijvoorbeeld de dorpskroeg. Niet uit nostalgie, maar vanuit het besef dat je sommige dingen zelf moet organiseren als je wilt dat ze blijven bestaan. Maar dat zijn nog echt uitzonderingen. Misschien moeten we daarom anders gaan kijken naar de kracht van het kleine. Niet omdat vroeger alles beter was. Maar omdat een veelheid aan kleine ondernemers, plekken, initiatieven en ontmoetingen samen iets vormt wat geen enkele grote speler kan overnemen. Een samenleving.

 

Want misschien is niet alles wat economisch efficiënt is ook maatschappelijk efficiënt. En misschien moeten we, als we praten over de leefbaarheid van kleine gemeenschappen, niet alleen vragen wat iets oplevert. Maar ook wat het bij elkaar houdt. Die waarde zien we niet altijd terug in economische groei. Maar wel in een SAMENleving.