Ik ben een nakomeling

Die twee broers van mij – acht en tien jaar ouder dan mij – wilden echt niet meer met mij gezien worden in de zandbak. Of met mij gaan voetballen op het ‘sjiefwaegveldje’ verderop in de straat. Even stoeprandje doen in het ‘zijstraatje’, zo tegen de schemering, dat kon nog net 😉. Maar laat staan dat ze oog voor me hadden als ze met een vriendinnetje thuiskwamen. En terecht trouwens.

 

Dus werd ik creatief. Ik leerde mezelf vermaken, organiseerde fotospeurtochten, voetbaltoernooitjes en zamelde met vriendjes hout in voor het Sint Maartensvuur. Ik verslond Snelle Jelle, De Vijf, Suske en Wiske en De Kameleon. Taal en humor werden mijn manier om gezien en gehoord te worden. En vol verwondering bekeek ik de podia, zalen en vergadertafels in het dorp. Want daar ging mijn vader voorop met de bel als Vorst van de carnavalsvereniging en zwaaide daar de scepter als prins. Mijn moeder was daar actief als voorzitter van de ouderraad, pionier in de tussenschoolse opvang én stond jaarlijks op de toneelplanken. Maar misschien nog belangrijker: ik leerde observeren. Luisteren. Aanvoelen wat er speelde.

Hoe verder vanaf hier

Die antenne werd thuis steeds belangrijker. Want toen mijn vader op jonge leeftijd te maken kreeg met continue gezondheidsproblemen, veranderde er iets. Mijn broers waren inmiddels het huis uit of zaten in dienst. Regelmatig hing de vraag in de lucht: gaat het nog goed met iedereen? Moet ik voorbereid zijn op iets? Is het nodig om een ambulance te bellen? Steeds als dat weer eens het geval was geweest, kwam dezelfde vraag terug. Hoe samen verder vanaf hier?

 

Zonder dat we het zo noemden, leerden we thuis nieuwe hoofdstukken ontwikkelen als de omstandigheden waren veranderd. Nu zie ik dat als de rode draad in mijn leven. Ik groeide uit tot een aanjager tussen nu en nieuw. In mijn tienerjaren van een clubblad op voor de voetbalclub, een oudjaarsevenement en een jongerenraad. Later volgden een politieke partij en de herbouw van Kasteel De Keverberg.

En de vastenaovend! Want daarin komen creativiteit, taal, humor, gemeenschapszin, verhalen, rituelen en symboliek allemaal samen.

Liedjes schrijven en evenementen presenteren. Tot uiteindelijk … Prins Carnaval. Met mijn twee broers als adjudant. De nakomeling werd vooroploper. Even was ik een prins met een kasteel. Of je zo voelde het in ieder geval. Prins en de koning te rijk.

 

Tot het leven een ander hoofdstuk vóór mij schreef. In korte tijd verloor ik mijn vader én mijn broer. De uitvaart van mijn broer werd in maart 2020 een van de eerste dertig persoons uitvaarten. Kessel werd een brandhaard. Ik trok naar buiten en kwam nu ook fysiek in beweging. Wandelen werd therapie en brainstormsessie tegelijk. Op bankjes in de natuur hervond ik het leesplezier. Ik ging gezonder leven, Evy leerde me hardlopen.

Buiten versterkte mijn binnen. Met resultaat.

Van verhaal naar vervolg

Ik zette de stap naar het ondernemerschap, maakte met PJP Film & Studio een documentaire over de impact van corona op brandhaard Kessel en begon samen met vrienden Sloepverhuur Limburg. Ondertussen verloor ik 28 kilo. Een uiterlijke transformatie die mijn innerlijke reis belichaamt. Ik veranderde door mezelf te blijven. En ontdekte dat echte verandering begint wanneer mensen (en dus ook organisaties) opnieuw verbinding maken met hun identiteit. Wanneer ze begrijpen welk verhaal behouden moet blijven én welk hoofdstuk toegevoegd kan worden. Dat spreekt me ook zo aan in erfgoed, volkscultuur en natuur. Het geeft ons iets mee uit het verleden maar om het te behouden voor de toekomst moeten we er nú anders mee omgaan.

Staand in het nu, bouwen we dromen voor morgen, gestoeld op onze liefde voor wat was.

Dat deed ik vroeger en dat doe ik vandaag de dag. Ik help merken, organisaties en plekken die voelen dat het oude verhaal niet meer past. Die nadenken over ‘hoe verder vanaf hier?’. Die vooruit willen zonder zichzelf te verliezen. Die een geloofwaardig, creatief en relevant nieuw hoofdstuk willen toevoegen aan het verhaal tot hier.