Kramp

Na 25 zonnige kilometers door Drenthe was ik veroordeeld tot kwaliteitseten. Van oerbos en wilde zwijnen naar amuse, artisjokkenhart en mousse van eiersalade: het eten was heerlijk, maar de overgang voelde ongemakkelijk.

Kramp

Tijdens mijn wandeltrip door Drenthe was ik maandag veroordeeld tot kwaliteitseten. Na bistro en grand café was het tijd voor Gault Millaut. Ik kon niet anders. Nee echt niet. Ja ik had een maaltijdsalade uit het koelschap van de supermarkt kunnen halen maar hey het is wel vakantie he. Al wandelaar kun je je avondeten niet meezeulen van a naar b, ben je afhankelijk van wat er open is op maandagavond en na een dag lopen kon ik die 5km naar de shoarmazaak – waar ik ook best wel zin in had – niet meer opbrengen om 19.00 uur.

 

Dus ik douchen en de kleren aan die na drie dagen in een rugzak op een bezwete rug nog het best door de keuring van oog en neus kwamen.

 

“We eten vanavond binnen.” Was het welkom beneden in het restaurant. Terwijl de zon het terras met prachtig uitzicht in nazomers lichterlaaie zet. Huh? “U kunt buiten wel een aperitief nuttigen hoor.” Maar na 25 zonnige kilometers had ik vooral zin in water. Genietend van dat water, de zon en het uitzicht moet ik er echt heel voldaan hebben uitgezien. Of moe. Ik weet het niet. Maar ik kreeg coulance. “De amuse mag u ook wel hier nuttigen hoor.” Fijn! Al bedenk ik me meteen dat een amuse letterlijk eenhapsgerecht betekent. Die amuse verlengt het buiten genieten dus niet heel lang.

 

Al zorg ik nu wel dat ik 27 keer kauw. Want dat schijnt goed te zijn voor de spijsvertering. En dat trage tempo is er ook wel ingeslopen door het wandelen, de rust en de ruimte. “Heeft u al een keuze gemaakt?!” verstoort de over mijn meditatieve mondbewegen. Uh, ja? Want de keuze bestond uit 3, 4 of 5 gangen. Verrassingsmenu. Dus vier pagina’s gewijd aan die keuze. Dat vind ik zelfs knap. Ik voel me meteen bezwaard dat ik er ook nog frites bijbestel. Maar hey dat was – naast groenten – de enige duidelijke maaltijd die ook op de kaart stond. En groenten ga ik al voldoende krijgen want ik ga voor vegetarisch.

 

Dan moet ik toch echt naar binnen. Brood met heerlijke olie en dips, het voorgerecht kan ik nu al niet meer herproducerer maar was oosters. Hoofdgerecht: artisjokkenhart met groene asperges een mouse van eiersalade. Oh ja en frietjes natuurlijk. Met heerlijke mayo. Mag ik dat zeggen? Ja dat mag ik zeggen. En een Brand IPA 0.0 erbij. Maar daarover voel ik me ook al bezwaard tussen al die klinkende glazen wijn om me heen. Maar dat zit allemaal bij mij. Dat zijn mijn overtuigingen en hersenkronkels.

 

Eerlijk? Het is heerlijk! Alleen het klopt gewoon niet op dit moment. Het precieze, verfijnde na kilometers oerbos en homogeen landbouwlandschap vol omgekeerde vlaggen. De opsommende, veel verkleinwoordjes gebruikende, handen op de rug gebonden over tegenover de drollen van wilde zwijnen en de mannen met kolenschoppen van handen op tractors. Het pure ongeorganiseerde maar altijd kloppende van de natuur versus het overgeorganiseerde en gemillimeterde van dit type horeca. In mijn – outdoor, hike, rust en reflectie – vibe klopt het gewoon even niet. daar kunnen die mensen en die fijne producten niets aan doen. Wat wel perfect matcht? De kramp die ik voel.